De admiraal en de matroos

 

Lang geleden stapte een admiraal onaangekondigd naar een matroos toe. Waarschijnlijk was de admiraal het strakke en stijve gedoe van admiraal zijn even zat.

 

Het fregat voer midden op de Atlantische oceaan. De zee was kalm en de lucht was strak blauw gekleurd.

De matroos, druk bezig met het onderhoud van de seinvlaggen en seinlampen, genoot zichtbaar van het warme klimaat.

De admiraal had zijn stropdas afgedaan en de mouwen opgerold. Hij had twee mokken koffie meegenomen en zette die even op het bureautje in de seinhut. In de seinhut stonden ook nog twee emmers en de admiraal plaatste die omgekeerd  midden op het seindek. “Kunnen we mooi op zitten”, zei hij tegen de matroos. Hij pakte de mokken koffie van het bureautje en gaf er een aan de matroos.

De admiraal had gezien dat de matroos bezig was met bevestigen van muskatonhaken aan seinvlaggen. Met behulp van een takeling werd het geheel afgewerkt. (Hiermee wordt het rafelen van een lijn tegengegaan. Red.)

 

De admiraal was erg geďnteresseerd in het leggen van een takeling. Hij vroeg de matroos of hij dat eens kon laten zien en of hij dat dan ook kon. De matroos pakte daarop twee stukjes lijn, wat schiemansgaren en deed het langzaam voor. Daarna probeerde de admiraal het zelf ook. Het lukte.

Na nog een halfuurtje met elkaar over alles en nog wat gekeuveld te hebben, ging de admiraal weer weg en de matroos ging verder met het onderhoud aan de seinvlaggen.

De admiraal wist dat matrozen een trucje met knopen kenden en hij gebruikte het trucje als aanleiding om eens spontaan met een matroos te babbelen.

Kijk, het leven van een admiraal is altijd even strak en formeel en het is heel goed voor te stellen dat je dat wel eens zat bent. Daar komt nog bij dat je matrozen normaliter niet te spreken krijgt en als dat wel het geval is, dan zit het meestal goed fout voor die matroos.

Dat is nu niet het geval.

Nu is het voor een admiraal vrij simpel om zich zo’n trucje uit te laten leggen. Hij kan: 

  1. Een opdracht geven aan een commandant die vervolgens de eerste officier aanspreekt die op zijn beurt weer de schipper, die weer de bootsman en die de kwartiermeester enz. enz.
  2. Spontaan naar een matroos toestappen met twee mokken koffie. De stropdas af gedaan (admiraals maken dat zelf wel uit), de mouwen opgerold en vragen of de matroos even tijd heeft voor dat bewuste trucje.

De admiraal koos voor optie 2 en de matroos, die had natuurlijk tijd. Samen zaten ze op twee omgekeerde emmers op het seindek van een fregat in het zonnetje, ergens midden op de Atlantische oceaan, lekker ontspannen te keuvelen over alles en nog wat.

Tja dat trucje. De admiraal vond dat matrozen daar toch veel handiger in zijn.
De admiraal had zijn eigen trucje (Spontaniteit). 

 

Ton Buitenhuis